Nadezhda Lamanova was al voor de revolutie een vooraanstaande modeontwerpster. Haar jurken waren toen op maat gemaakt voor de elite, maar in de USSR ging ze over op het ontwerpen van mode voor de massa. Daarnaast maakte ze onder andere kostuums voor de films van Sergei Eisenstein en ontwierp kostuums voor theaterstukken. Op haar initiatief en in samenwerking met het ministerie van cultuur opende ze het experimentele ‚Atelier voor het hedendaagse kostuum’ die nieuwe vormen van kleding ontwikkelde. Haar doel was om mode voor de arbeiders te ontwerpen die gemaakt kon worden van goedkope en grove stoffen. Ze werkte samen met de beroemde kunstenares Vera Mukhina, die later grote bekendheid heeft verworven om haar sculpturen, en gaf een boekje uit genaamd ‚Kunst voor alledaags gebruik’ waarin doormiddel van illustraties werd uitgelegd hoe men zelf modieuze kleding kon maken. Hierin staat onder andere een patroon voor een jurk van linnen handdoeken of een jurk van gebloemde boeren shawls. De volkse linnen gewaden kregen een hoge onderscheiding op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1925. In het boek werd ook geïllustreerd hoe men speelgoed kon maken, of een muurkrant, een opvouwbaar theater en affiches voor communistische festiviteiten.  De illustraties waren vernieuwend, leesbaar en uitgevoerd in heldere krachtige kleuren.

Ontwerpen van Lamanova,

vervaardigd uit linnen handdoeken.

1924

Vanaf 1919 waren de instituten om modeontwerpers op te leiden en te verenigen vooral gefocust op het industrieel vervaardigen van massamode. Deze moest zowel hygiënisch, praktisch als artistiek zijn. In 1920 werden de VKhUTEMAS ateliers opgezet, waar veel vooraanstaande ontwerpers op het gebied van industrieel design onder een dak waren verenigd. Veel van hen hebben een grote invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de mode. Een van de belangrijkste thema’s voor de ontwerpers was het ‚industriële kostuum’, ofterwijl specialistische kleding voor verschillende beroepsgroepen, van artsen tot bouwarbeiders, mijnwerkers en winkelbedienden. Deze kleding zou mode loskoppelen van trends en tot een constant en functioneel element maken die paste binnen de nieuwe ideologie. Over dit concept werd nagedacht door vooraanstaande kunstenaars zoals Aleksander Rodchenko, Varavara Stepanova, Viktor Tatlin en Kazimir Malevich. Het uitgangspunt was om kleding met vormen te maken die niet gebaseerd waren op de tradities in de mode.  Deze aanpak werd vooral gewaardeerd onder jongeren, die graag gezien werden in een eigenaardig futuristisch tenue of met suprematistische vormen van Malevich op hun gebreide truien.


 

Vera Mukhina, Nadezhda Lamanova

'Искусство в Быту' 1925

Klik op de afbeelding om het volledige album als PDF te downloaden.

De mode van de jaren 20 nam in de jonge Sovjet-Unie haar eigen koers, die sterk afweek van de tendensen in West-Europa. De ideeën over mode waren nauw verbonden aan de ideologie en de overtuiging dat er een breuk nodig was met de esthetiek van de voorgaande jaren. Na de Oktoberrevolutie zette de communistische partij zich in om de opbouw van de samenleving te veranderen. Er heerste een afkeer voor alles wat geassocieerd werd met de bourgeoisie, wat betekende dat er geen ruimte meer was voor het vertoon van weelde. Er ontstond een grote belangstelling voor kleding met een ascetische proletarische uitstraling die partijgezindheid toonde, al was er nog geen consensus over hoe de ideale communist zich diende te kleden. Er werden speciale instellingen opgezet waar vooraanstaande kunstenaars en ontwerpers samenwerkten om antwoord te vinden op deze vraag.

Varvara Stepanova

Ontwerp voor een kostuum

voor het toneelstuk

'De dood van Tarelkin', 1922

Varvara Stepanova ,Constructivistisch sporttenue,

ontworpen in 1923. De foto is genomen door Aleksander Rodchenko in 1924

Deze nieuwe tendensen waren eigenlijk alleen te zien in de grote steden. Het land werd geteisterd door armoede en honger als gevolg van de desastreuze burgeroorlog die veel van de industrie plat had gelegd en voor enorme schaarste had gezorgd. Om de situatie in het land te verbeteren werd in de vroege jaren 20 de ‚Nieuwe Economische Politiek’ geïntroduceerd, beter bekend als de NEP, en begon het herstel van de economie en industrie. Dankzij deze impuls werden de eerste bedrukte stoffen ontwikkeld, vooral katoen en satijn. Particuliere handel was onder de NEP tijdelijk toegestaan, in de hoop dat het land zich zo sneller zou herstellen. In de grote steden werden tekorten geleidelijk minder schrijnend, in winkels was alles te koop. Er werden zelfs luxe artikelen geïmporteerd uit Europa. Helaas kon echter bijna niemand zich veroorloven te kopen wat ze wilden of zelfs simpelweg nodig hadden, met uitzondering van de nieuwe zakenmannen (NEP-mannen) en enkele ambtenaren. Tegen 1925 waren de meeste fabrieken weer operationeel, waardoor de productie van kleding steeg. Slechts tegen de jaren 30 werd de mode diverser, nu de fabrieken die eerder veel nadruk hadden gelegd op het maken van militaire kleding zich bezig gingen houden met het maken van jurken en pakken voor de gewone burger.

Aleksander Rodchenko

in een 'Prozodezhda' ontwerp, 1924

1920-1930

Patronen op katoen, 1925

Varvara Stepanova, Liubov Popova

Begin jaren 20 werd het straatbeeld nog gedomineerd door mannen en vrouwen in leren jassen, militair uitziende kleding, leren petten en soldatenhemden, met een riem om de taille. De leren jassen die in deze periode populair waren stamden nog uit de eerste wereldoorlog. Deze waren toentertijd gemaakt voor piloten, maar bleken in overschot te zijn. Na de revolutie, toen in het land veel tekorten en armoede heersten, werden deze gevonden in opslagen en verdeeld onder informanten en politie om dienst te doen als inofficieel uniform. Mannen droegen vaak een satijnen hemd met een jasje. Vrouwen hulden zich in kleding gemaakt van grof linnen, rechte vormeloze rokken van grove stoffen en katoenen blouses. De uniformiteit in de stijl van mannen en vrouwen benadrukte het ideaal van gelijkwaardigheid van de sekses in de nieuwe staat.


 

Theatergroep 'De blauwe blouses', Samara, 1925

Studentenhuis voor vrouwen1920

Bijeenkomst van een Bolsjewistische delegatie in Cheljabinsk1927

Vrouwen leidden de schoonheidsidealen af van filmsterren, die op hun beurt vaker de grime in gebruikt in Westerse films immiteerden. Er waren echter weinig schoonheidsproducten verkrijgbaar en in tijdschriften werd natuurlijke schoonheid aangeprezen. (De publicatie Rabotnitsa verklaarde dat een gezonde blos op de wangen en een glimlach een vrouw het meest sierden.)

Het ideale figuur was slank en recht, wat vervolgens werd benadrukt in jurken met een lage taille. Er werd een strijd gevoerd tegen het dragen van hoeden, die werden gezien als een attribuut van de bourgeoisie. In plaats daarvan werd de rode hoofddoek gepropagandeerd, die zowel diende als symbool voor de revolutie als voor emancipatie.


 

Leden van de Komsomol, rond 1925 

Anna Sten, actrice

Vera Malinovskaya, actrice

Tamara Stoffers © 2020 All Rights Reserved. Unless otherwise noted, all artwork reproduced courtesy the artist.

  • Grey Instagram Icon
  • Grey Facebook Icon